Zonder donker geen licht

Heeft de teloorgang van de biodiversiteit in Nederland, die tot de beroerdste van Europa behoort, en de overgevoeligheid van alle levende organismes voor kunstlicht ’s nachts een verband? Nederland is het lichtste land op aarde. Kunnen we onze omgang met kunstlicht heroverwegen?

Van nature is de bedoeling dat wij, als dagdieren, ’s nachts slapen. De steeds grootschaliger inzet van elektriciteit heeft de 24 uurs economie doen opbloeien tot op het huidige moment waarop wij helemaal geen rekening meer hoeven te houden met het natuurlijke dag-nacht ritme van onszelf en van alle organismen om ons heen.

Ja maar, wij willen ’s nachts toch wat kunnen zien en dan hebben we licht nodig!

Wat is hiervoor de oplossing?

1)  Natuur op 1

Als eerste wil ik voorstellen om rekening te houden met andere levende wezens. Jezelf als mens iets bescheidener opstellen. Als je ’s nachts niet buiten actief bent, dan graag het licht uit.

De eerste vraag is dan ook: Is het wel nodig om te verlichten? Natuurlijk is het fijn als ik ’s nachts mijn hele tuin in het licht zet. Dan kan ik vanuit binnen nog lekker naar buiten kijken. Maar wil je de natuur op die manier belasten? Een subtielere manier van verlichten is het creëren van contrasten met bijvoorbeeld bladkleur en bestrating. Als het kunstlicht wegvalt, wordt het natuurlijke licht ’s nachts zichtbaar in de vorm van meer of minder diepe schaduwen gecreëerd door de maan en sterren. De verlichting is dan afhankelijk van het tijdstip en het weer.

2) Aansturing

Als je besluit dat je toch echt kunstlicht nodig hebt, omdat je buiten op je terras of in de tuin nog een boek wilt lezen of gezellig met elkaar wilt samenzijn, dan is verlichting natuurlijk prima.

Tegenwoordig is (bijna) alle tuin- en buitenverlichting LED. Het voordeel is dat deze verlichting heel zuinig is, waardoor de neiging ontstaat om de lampen dan maar de hele tijd aan te laten. Doe dat niet! Zorg dat je de verlichting uitschakelt als je binnen bent.

Dit kan met een schakelaar of met een bewegingsensor (passief infra rood – PIR). Vaak kun je aan de sensor een tijd instellen voor hoe lang je de verlichting aan wilt laten na activering.  Het hoeft geen knipperlicht te zijn. Dus geen schemerschakelaar, want deze brandt de hele nacht met alle negatieve gevolgen van dien.

3) Veiligheid

Je wilt natuurlijk veilig naar de voordeur kunnen lopen en het sleutelgat kunnen zien. Ook wil je bezoek welkom heten. Een lamp bij de voordeur die bezoek verwelkomt, is prachtig.

Traptreden en hoogteverschillen kunnen met lage verlichting op een sensor veiligheid bieden. Zorgen voor contrast in kleur en materiaal is een hele goede hulp om in het donker je weg te vinden. Denk aan lichte bestrating met donkere beplanting erlangs, of omgekeerd.

4) Verkeer

Het type verkeer dat gebruik maakt van het terrein of de tuin bepaalt ook wat je kunt doen met verlichting. Bij een oprit voor auto’s (gemotoriseerd vervoer met verlichting) zijn reflectoren uitermate geschikt voor passieve verlichting. De koplampen verlichten zo zelf de route. Voor voetgangers en fietsen is een contrast tussen bestrating en begroeiing belangrijk om het pad of weg aan te geven. Actieve verlichting is dan vrijwel onnodig.

5) Type & Plaatsing

Hoe minder strooilicht en verblinding hoe beter. Een uplight die in een boom schijnt is prachtig, maar verstoort de boom en het habitat van al het leven in die boom.

Zorg daarom voor armaturen die omlaag schijnen en liefst zo laag mogelijk gemonteerd. Bijvoorbeeld kleine lage paaltjes langs een pad. Een opbouw spot onder een overstek met gericht licht omlaag. Een wandlamp die strijklicht langs de gevel geeft in plaats van licht naar voren zodat licht vervuiling, verblinding en strooilicht minimaal is.

6) Techniek

Zoals gezegd is alle kunstlicht ’s nachts slecht voor de natuur maar voor veel organismen maakt de kleur van het licht ook nog een groot verschil door verschillen in gevoeligheid van het elektromagnetisch spectrum.

Als je dan toch wilt verlichten, doe dat dan met licht met zo min mogelijk blauw in het kleurenspectrum. Het vervelende is dat het kleurenspectrum (nog) niet standaard bij LED lichtbronnen wordt vermeld. Tot die tijd worden lampen met een warme lichtkleur van bijvoorbeeld 2700K (graden kelvin) of lager geadviseerd. Amber is ook goed. De kleurweergave (kleurechtheid) is dan wel minder, maar dat is in een tuin of buiten minder kritisch.

NB: Als je de zuinigste LED verlichting zoekt is dat vaak juist de ‘koud’ witte LED, hier zit veel blauw in en dat is dus ongewenst. Vleermuizen worden met name door het blauwe spectrum verstoort.

Conclusie

Het tegenstrijdige van verlichting is dat hoe minder kunstlicht er in de nacht is, hoe meer je kunt zien, omdat onze ogen zich  aanpassen aan het lage lichtniveau. Denk aan een wandeling in de bergen, waar de Melkweg en de maan het landschap laten oplichten in het donker. Onze ogen zijn waanzinnig goed in waarnemen bij weinig licht, maar zodra er een felle lichtbron aanwezig is, sluiten onze pupillen en zijn we weer blind voor de omgeving.

Dus, wees zuinig met licht. Willen we de natuur in onze tuinen echt een handje helpen, dan willen we af van tegels, schuttingen en verlichting, en naar meer begroeiing, heggen en donkerte.

Tekst: Siegrid Siderius van SiSi natuur
Siegrid Siderius van SiSi natuur is al jaren werkzaam als architecturaal lichtontwerper bij SiSi (www.sisi.amsterdam)
SiSi lichtontwerp richt zich naast verlichten ook op het verduisteren van de nacht met zorgvuldige inpassing van kunstlicht in de openbare ruimte.

Plaats een reactie