Tekst & beeld: Martin Stevens
Nederland kent relatief weinig klimplanten. Ik kwam net weer het klimplanten boekje van de gemeente Amsterdam tegen uit 2023 en dan begrijp je wat ik bedoel. Het is feitelijk een gids vol met invasieve exoten geworden. Veel ervan staan op de net vernieuwde “verdachtenlijst” van de NVWA als invasief of verdacht van invasiviteit maar nog weinig in Nederland.
Wat betreft de lathyrussoorten hebben we toch wel een paar klimmers in huis, hoewel ze natuurlijk nooit een gevel gaan bestormen. De bekendste is wel de “vaste” of breedbladige lathyrus – Lathyrus latifolia. En laat die nou net niet van hier zijn. Volgens mijn/onze interpretatie bij het Levend Archief en Streektuinen zou het nét kunnen. Noord-Frankrijk zou het noordelijkst zijn, en ik vond ze langs de Allier. Iets zuidelijker dan wat ik aanhoud, maar hij is wel ingeburgerd in ons gebied. Het is een forse groeier die tot wel 3 meter kan uitgroeien en met flinke roze of witte bloemtrossen bloeit in de zomer. Ze zijn, net als de andere vaste lathyrussen (vrijwel) reukloos. Het is een prima snijbloem. Hij is meerjarig maar niet wintergroen. Hij begint dus ieder jaar weer opnieuw en zaait ook uit.

De wel echt inheemse van hier, de boslathyrus – Lathyrus sylvestris, lijkt sterk op de breedbladige maar is in alles bescheidener. Minder hoog, minder bloemen per tros, minder fel gekleurd (ik vind hem mooier)… maar hij heeft een wat andere kwaliteit die niet altijd, of juist wel gewaardeerd wordt: hij kan ondergrondse uitlopers vormen tot wel 15 meter lang! Meestal wat minder, maar toch… Voor een houtwal of rijke haag geweldig natuurlijk, maar in een klein stadstuintje misschien toch wat minder. Hij komt als zoomplant voor in onze wat kalkrijker loofbossen. Ook niet wintergroen, maar zeer rijk bloeiend als hij het naar z’n zin heeft. In de praktijk is de grondsoort nogal vaag dus maak je niet druk om de “kalkbehoefte”.

Er ook weer erg op lijkend is de aardaker – Lathyrus tuberosus. Deze geurende lathyrus vind je nog het meest op bloemdijken en langs wegranden. Het is een Europese soort maar door de teelt nogal verspreid geraakt. Je vind ze ook in de duinen rond de “duintuintjes” bijvoorbeeld, en heel soms worden ze ook ingezaaid als grondverbeteraar. Hij wordt ongeveer een meter hoog en lijkt half wintergroen te zijn. Dat wisselt. Tot 2017 was het een wettelijk beschermde plant in ons land.

De veldlathyrus – Lathyrus pratensis heeft een heel ander uiterlijk. Dat is meer een hanger dan een klimmer. Hangt in andere planten en lage struiken met heel veel stengels en een uitbundige bloei van trosjes met kleine gele bloemen. Ook echt een zoomplant die ieder jaar weer opnieuw begint.

Er zijn nog een paar lathyrussen van hier zoals: de naakte lathyrus, ook geel; de zwarte lathyrus, een lage soort met donkerpaarse bloemetjes die al heel lang niet meer in Nederland is gezien; de moeraslathyrus; de knollathyrus, die sterk op de moeraslathyrus lijkt; de ruige lathyrus, die wat blekig blauw is; de voorjaarslathyrus, een zeldzame wat struikvormige vroegbloeier met rood-paarse bloemen; de graslathyrus, een zeldzame kleine rode lathyrus met grasachtig blad en kleine bloemetjes, eenjarig en vooral voorkomend op de bloemdijken bij ons.

En dan is er nog de cormopoliet zeelathyrus – Lathyrus japonicus, die je vrijwel overal ter wereld tegenkomt langs stranden. Ik vond ze bijvoorbeeld in Canada, langs de Oostzee en op onze wadden; een grove soort die zout kan verdragen of het wellicht zelfs nodig heeft.
