Nieuws
woensdag 19 april 2023
Het gaat niet goed met de ecologie en biodiversiteit in Nederland. Insectenpopulaties zijn in de afgelopen dertig jaar met 75% afgenomen en veel bijensoorten zijn zeldzaam geworden of bedreigd. Het is echter niet algemeen bekend dat onze inheemse honingbij Apis mellifera mellifera (de zwarte bij) ook op de rode lijst van Europa staat en nog maar 4% van de populatie honingbijen betreft. Het verlies van deze inheemse ondersoort zorgt voor een disbalans in het ecosysteem en benadrukt het belang van de herintroductie van onze inheemse zwarte honingbij, de Apis mellifera mellifera. Zij is evolutionair in Noord-Europa ontstaan en heeft een balans ontwikkeld met andere soorten, klimaat en vegetatie.

Honingbijen leven binnen een eusociaal systeem, in een volk met een koningin, werksters en darren. Dit ingenieuze systeem, waarin functies verdeeld zijn en de communicatie ver ontwikkeld is, geeft honingbijen de mogelijkheid te foerageren op momenten van grote dracht en daarmee voorraden aan te leggen waarmee periodes van slecht weer en de winter kunnen worden overbrugd. Door die communicatie en wijze van leven, laten honingbijen, mits inheems en natuurlijk beheerd, veel bloemen links liggen, waarop veel wilde solitaire bijensoorten zich hebben kunnen specialiseren. Van nature is er dus een balans tussen de soorten bijen en hun omgeving.
Het is van groot belang om te begrijpen dat de natuur geen statisch, maar juist een dynamisch geheel is. Dit noemen we successie van het ecosysteem. Een uitgelezen plek waar het successie ecosysteem zich regelmatig en circulair voordoet, is een rivierdelta, zoals in Nederland. Hier vinden we dan ook een groot aantal soorten wilde bijen, die zich op de bloemen uit pioniersgebieden hebben gespecialiseerd. Nog belangrijker, hun nestmethode heeft zich gericht op verstoringen in het landschap: vooral kale zandplekken zoals duinkommen, heidegebieden en stijlwanden.
Omdat mensen niet zichzelf, maar juist hun omgeving aanpassen op hun behoeften, wordt de natuurlijke successie van het ecosysteem onderbroken. Wij proberen daarbij die natuur te controleren als een statisch geheel. Het zaaien en planten van bloemen is voor de bijen niet genoeg.
Slechts een kleine 14% nestelt in gaatjes in hout of stengels (de bekende bijenhotels). Meer dan 50% van de bijensoorten nestelt in de grond! Die verstoringen in het landschap, die bijen nodig hebben voor hun nestplaatsen, zijn door de verandering van het landschap in een statisch landbouwgebied met raaigras, dijken, asfalt en huizen verdwenen. Om bijen weer nestplaatsen te bieden, heeft de Bijendirigent een constructie ontwikkeld die een natuurlijke stijlwand in stand houdt. Deze constructie wordt verwerkt in bijenbergen en bijenbakken die in natuurgebieden, openbare ruimtes en tuinen worden geplaatst. De Bijendirigent verhuurt ook bijenvolken zonder winstoogmerk en werkt zo samen met klanten en bedrijven aan de herintroductie van de inheemse zwarte honingbij.

Deze oplossingen van De Bijendirigent hebben tevens als doel om populaties van bijensoorten te kunnen monitoren. Ook lezingen en advies over ecologische bijengebieden behoort tot zijn werk.
Wat kan je zelf doen om de biodiversiteit te helpen behouden en versterken:


Bijenbak bij klant. Een bloembak met stijlwand in de voorzijde.
De waarden en werkwijze van leden van de Wilde Weelde sluiten hierop aan. Voor mij zijn daarom bijen de ambassadeurs van biodiversiteit die ons helpen in de bewustwording van wat onze natuur nodig heeft.
Tekst en foto’s: Lukas Groen – de Bijendirigent