Plant in the picture: zaagblad, Serratula tinctoria

Tekst & beeld: Martin Stevens

Een heel aparte, op een distel of knoopkruid lijkende samengesteldbloemige. 

Ik ben hem ergens in de jaren 80 voor het eerst tegengekomen in Zuid-Frankrijk, aan een stuwmeertje waar een hele pluk stond. Anderhalve meter hoog, ijl, met slanke bloemen en prachtig getekende omwindselblaadjes. Eigenlijk niets bijzonders, maar ik keek al heel lang naar planten en deze had ik nog nooit gezien. Het bleek een bijzondere soort.

Nou kun je natuurlijk altijd weer nieuwe soorten vinden en je kunt nooit alles vinden in een mensenleven, maar toch… 

In de loop der jaren ben ik zaagblad onregelmatig tegengekomen. In de “dikke zadengids” van Cruydt-Hoeck, toen van Rob Leopold en Dick van den Burgh. Zaden besteld, lukte niet. Het bleek een moeilijke zaaier. Jaren later heb ik een plant kunnen kopen die het ca. 10 jaar volhield in de tuin, maar uitzaaien was er niet bij.

Intussen vond ik hem wel op andere plekken. Natuurlijk in de heemtuinen van Amstelveen – waarschijnlijk uit Noord-Frankrijk, in de Vogezen, in Slovenië, op Senja in Noorwegen, in Zuid-Wales en dit jaar nog bij Holyhead aan de kust.

Het opvallende is dat je deze soort wel met veel bij elkaar ziet staan maar dat je zo’n pluk nergens anders in de buurt vindt. Hij is dan ook eigenlijk overal wel zeldzaam of zeer zeldzaam te noemen.

In Nederland is zaagblad al sinds 1977 in het wild uitgestorven. Er is een kleine ‘uitzaai’ populatie waarvan zaad gewonnen wordt, maar deze soort van niet te droge en niet te arme leemrijke grond zou best wat meer toegepast kunnen worden. Toch, zaai ze niet in de natuur als je aan zaad kunt komen – en als je het zaad elders wint dan zijn dat hoogstwaarschijnlijk allemaal genetisch net wat verschillende soorten die niet in onze omgeving thuis horen. 

De naam tinctoria geeft aan dat zaagblad als verfplant werd gebruikt (en waarschijnlijk ooit dus veel meer voorkwam). De kleur van die verfstof is geel.

De laatste tijd lukt het mij wat beter om zaagblad te zaaien. Het zaad van Cruydt-Hoeck is van de oorspronkelijk Nederlandse populatie. De plant die ik ooit kocht kwam waarschijnlijk van de Noord-Franse versie van Amstelveen, en ik heb ook van een Duitse zaadleverancier zaad kunnen kopen waarvan de planten net iets anders waren als de Nederlandse.

Het verschil zit hem vooral in de gelobdheid van het blad en in de hoogte van de plant. Dat zag ik toen ik in Amstelveen op de kwekerij van de heemtuinen gewezen werd op een wat afwijkende plant die ik meteen herkende van Zuid-Frankrijk. Dat bleek te kloppen; groter en grover. De plant is toen verwijderd om inkruising te voorkomen.